Deel A – Onderwijsregelgeving
Op eenvoudige aanvraag op papier te
verkrijgen via de directie.
Bevat regelgeving en informatie van de overheid en kan gewijzigd worden zonder
de instemming van de ouders.
Eventuele wijzigingen in de loop van het schooljaar worden aangekondigd in het
maandelijkse Zonnebloemnieuws.
1 DEFINITIES1
Schoolstructuur2:
- school: pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt onder leiding
van één directeur.
basisschool: omvat een kleuterniveau en een niveau lager onderwijs.
autonome kleuterschool: omvat alleen het niveau kleuteronderwijs.
autonome lagere school: omvat alleen het niveau lager onderwijs.
- vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte
van een school gehuisvest is.
Schoolorganisatie
- schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus.
- schoolbestuur: de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk
is voor één of meer scholen.
- scholengemeenschap: samenwerkingsverband tussen meerdere scholen.
- klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of
zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van
en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
- schoolraad3: Orgaan met advies- en
overlegbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van ouders, personeel en
lokale gemeenschap. De schoolraad heeft rechten en plichten inzake informatie en
communicatie.
- leerlingenraad4: Orgaan met
adviesbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van de leerlingen. De
leerlingenraad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie. De
wijze waarop de leerlingenraad wordt samengesteld wordt bepaald in het
schoolreglement.
- ouderraad5: Orgaan met adviesbevoegdheid
samengesteld uit vertegenwoordigers van de ouders. De ouderraad heeft rechten en
plichten inzake informatie en communicatie.
- pedagogische raad6: Orgaan met
adviesbevoegdheid samengesteld uit vertegenwoordigers van het personeel. De
pedagogische raad heeft rechten en plichten inzake informatie en communicatie.
- extra-muros activiteiten: activiteiten die plaats vinden buiten de schoolmuren
en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die
volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.
1 Decreet basisonderwijs:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens > goedkeuringsdatum
op 25/02/1997
2 Omzendbrief ‘Structuur Basisonderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken
via de metagegevens > publicatiedatum op 17/06/1997
3 Omzendbrief ’Lokale participatieregeling in het basis- en secundair
onderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 13/07/2004
4 Omzendbrief ’Lokale participatieregeling in het basis- en secundair
onderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 13/07/2004
5 Omzendbrief ’Lokale participatieregeling in het basis- en secundair
onderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 13/07/2004
6 Omzendbrief ’Lokale participatieregeling in het basis- en secundair
onderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 13/07/2004
2 CENTRUM LEERLINGENBEGELEIDING (CLB)7
Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) heeft als opdracht bij te dragen
tot het welbevinden van leerlingen, en situeert de begeleiding van leerlingen op
vier domeinen:
- het leren en studeren
- de onderwijsloopbaan
- de preventieve gezondheidszorg
- het psychisch en sociaal functioneren.
2.1 Relatie tussen CLB en school
De school en het CLB hebben een gezamenlijk beleidscontract opgesteld dat de
aandachtspunten voor de leerlingenbegeleiding vastlegt. Dit beleidscontract is
met de ouders besproken in de schoolraad.
Als de school aan het CLB vraagt om een leerling te begeleiden, zal het CLB een
begeleidingsvoorstel doen. Het CLB zet de begeleiding slechts voort als de
ouders van de leerling hiermee instemmen. Vanaf de leeftijd van 12 jaar vermoedt
de regelgever dat een kind voldoende competent is om zelfstandig te beslissen of
hij/zij wil instemmen met het voorgestelde begeleidingsplan.
Het centrum heeft recht op de relevante informatie die over de leerlingen in de
school aanwezig is en de school heeft recht op de relevante informatie over de
leerlingen in begeleiding. Ze houden allebei bij het doorgeven en het gebruik
van deze informatie rekening met de geldende regels inzake het beroepsgeheim, de
deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
2.2 Relatie tussen CLB, de leerlingen en hun ouders
Niet alleen de school, maar ook de leerlingen en ouders kunnen het CLB om hulp
vragen. Het CLB werkt gratis en discreet. Het centrum, de school en de ouders
dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Ouders zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan:
- de begeleiding van leerlingen die spijbelen. Als de betrokken ouders niet
ingaan op de initiatieven van het centrum, meldt het centrum dit aan de door de
Vlaamse regering aangeduide instantie;
- collectieve medische onderzoeken en/of preventieve gezondheidsmaatregelen
i.v.m. besmettelijke ziekten8. De ouders
of de leerling vanaf 12 jaar kunnen zich verzetten tegen het uitvoeren van een
algemeen of gericht consult door een bepaalde arts van het CLB. Binnen een
termijn van negentig dagen dient de persoon die verzet aantekent, het verplichte
consult te laten uitvoeren door een andere arts van hetzelfde CLB, een arts van
een ander CLB of een andere arts buiten het CLB die beschikt over het nodige
bekwaamheidsbewijs. In dat laatste geval zijn de kosten ten laste van de ouders.
7 Decreet betreffende de centra
voor leerlingenbegeleiding: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de
metagegevens > goedkeuringsdatum op 01/12/1998
8 Omzendbrief ‘Opdrachten voor de Centra voor
leerlingenbegeleiding in het kader van de uitvoering van de preventieve
gezondheidszorg’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 17/03/2000
Het centrum maakt zijn werking bekend aan de ouders. Dat gebeurt minstens op het
ogenblik dat de leerling voor de eerste keer wordt ingeschreven in de school.
Ouders krijgen informatie over de rechten en plichten van ouders, leerlingen, de
school en het centrum.
De regering kan het centrum verplichten vormen van begeleiding voor deelgroepen
van leerlingen, ouders en scholen voor te stellen. Het staat deze leerlingen,
ouders en scholen vrij om al dan niet op dit verzekerd aanbod in te gaan.
Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en
verantwoordelijkheid ten aanzien van die leerling tot de leerling is
ingeschreven in een school die door een ander centrum wordt bediend.
Als een leerling voor een bepaalde periode niet ingeschreven is in de school,
behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid ten aanzien van die
leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving.
2.3 Het multidisciplinair dossier9
Het centrum legt voor elke leerling voor wie een begeleiding wordt gestart, één
multidisciplinair dossier aan. Het multidisciplinair dossier van de leerling
bevat alle voorhanden zijnde gegevens die over de leerling op het centrum
aanwezig zijn. Als een leerling van school verandert en onder toezicht van een
ander CLB komt te staan, is het CLB dat de vorige school begeleidt, ervoor
verantwoordelijk dat het CLB-dossier de leerling volgt. Er is geen toestemming
van de ouders of de leerling vereist om een multidisciplinair dossier over te
dragen.10
Er bestaat maar één CLB- dossier en dit dossier is in principe een ondeelbaar
geheel. Daarom wordt het bij schoolveranderen in één zending overgemaakt. Elk
CLB is eraan gehouden de ouders of de leerling te informeren over het doorgeven
van het dossier. Er wordt een wachttijd van 10 dagen gerespecteerd na het
informeren van de ouders of de leerling. De ouders of de leerling kunnen afzien
van die wachttijd. Er kan binnen die 10 dagen verzet aangetekend worden tegen
het overmaken van de niet-verplichte gegevens uit het dossier. Er kan geen
verzet aangetekend worden tegen de overdracht van volgende gegevens:
identificatiegegevens, vaccinatiegegevens, gegevens in het kader van de
verplichte CLB-opdrachten, bijzondere consulten en de medische onderzoeken
uitgevoerd als vorm van nazorg na een algemeen, een gericht of een bijzonder
consult.
Indien er verzet wordt aangetekend, verzendt het vorige CLB enkel de verplicht
over te dragen gegevens samen met een kopie van het verzet. Het bewaart de
gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.
9 Omzendbrief ‘ Het multidisciplinair dossier in de
centra voor leerlingenbegeleiding’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via
de metagegevens > publicatiedatum op 18/11/2008
10 Omzendbrief ‘Concrete richtlijnen voor de overdracht van het
multidisciplinair dossier’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de
metagegevens > publicatiedatum op 31/01/2002
3 INSCHRIJVEN VAN LEERLINGEN
3.1 Toelatingsvoorwaarden11
Een inschrijving kan pas ingaan na instemming met het schoolreglement en het
pedagogisch project van de school. Bij de inschrijving dient een officieel
document te worden voorgelegd dat de identiteit van het kind bevestigt en de
verwantschap aantoont (de SIS-kaart, het trouwboekje, het geboortebewijs, een
identiteitsstuk van het kind zoals een bewijs van inschrijving in het
vreemdelingenregister, een reispas). De inschrijving van een leerling geldt voor
de duur van de hele schoolloopbaan in de school.
Alle kleuters en leerlingen worden op de datum van de inschrijving opgenomen in
het inschrijvingsregister. Zij worden slechts éénmaal ingeschreven volgens
chronologie. Een kleuter die nog geen 2 jaar en 6 maanden is, kan ingeschreven
worden. Maar pas wanneer de kleuter voldoet aan de toelatingsvoorwaarde (2,5
jaar zijn), wordt de kleuter opgenomen in het stamboekregister. Vanaf de
volgende instapdatum wordt de kleuter toegelaten in de school en wordt hij/zij
opgenomen in het aanwezigheidsregister van de klas. Kleuters zijn niet
leerplichtig. Kleuters vanaf 2,5 tot 3 jaar mogen in het kleuteronderwijs op
school aanwezig zijn op de volgende instapdagen:
- de eerste schooldag na de zomervakantie;
- de eerste schooldag na de herfstvakantie ;
- de eerste schooldag na de kerstvakantie ;
- de eerste schooldag van februari ;
- de eerste schooldag na de krokusvakantie ;
- de eerste schooldag na de paasvakantie.
- de eerste schooldag na hemelvaartsdag.
-
- Een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, kan elke dag worden
ingeschreven en in de school toegelaten zonder rekening te houden met de
instapdagen.
- Om toegelaten te worden tot het lager onderwijs moet de leerling 6 jaar zijn
voor 1 januari van het lopende schooljaar. Een leerling die 5 jaar wordt voor 1
januari van het lopende schooljaar kan reeds in het lager onderwijs ingeschreven
worden. Deze afwijking blijft beperkt tot één jaar.
Vanaf 1 september 2009 geldt voor inschrijvingen vanaf het schooljaar 2010-2011
onderstaande regeling:
Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs moet een leerling zes
jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de
leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het
lopende schooljaar, moet hij bovendien aan een van de volgende voorwaarden
voldoen:
1° het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse
Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende
die periode gedurende ten minste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest;
2° voldoen aan een proef die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager
onderwijs aan te vatten, peilt. De Vlaamse Regering legt de inhoud van die
taalproef vast. Het CLB waarmee de school waar de betrokken leerling zich
aanbiedt een beleidscontract heeft, is bevoegd die taalproef af te nemen;
3° beschikken over een bewijs dat hij het voorafgaande schooljaar onderwijs
heeft genoten in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van
de Nederlandse Taalunie.
Met uitzondering van de leeftijdsvereiste is deze regeling niet van toepassing
op leerlingen die worden ingeschreven in Franstalige scholen in de rand- en
taalgrensgemeenten die deel uitmaken van het Nederlandse taalgebied.
Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan in
het lager onderwijs ingeschreven worden, op voorwaarde dat hij tijdens het
voorafgaande schooljaar
was ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige
school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 185 halve dagen
aanwezig was geweest.
Een leerling die 5 jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar en die
tijdens het voorafgaande schooljaar niet was ingeschreven in een door de Vlaamse
Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs, kan in het
lager onderwijs worden ingeschreven op basis van een taalproef .
11 Decreet basisonderwijs:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens > goedkeuringsdatum
op 25/02/1997; Omzendbrief ‘Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon
basisonderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 10/08/2001
3.2 Weigering van inschrijving12 13
Ouders hebben het recht om hun kind in te schrijven in de school van hun keuze.
Toch kan de school een leerling weigeren onder bepaalde omstandigheden.
1. Het schoolbestuur weigert de inschrijving van de betrokken leerling die het
vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar door een tuchtmaatregel definitief
werd uitgesloten in de school.
2. Kinderen kunnen specifieke noden hebben. Van ouders wordt verwacht dat zij
dit meedelen aan de school. De school zal bij leerlingen met een
inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs, type 8 uitgezonderd, onderzoeken of
haar draagkracht voldoende groot is om het kind de nodige ondersteuning te geven
op het vlak van onderwijs, therapie en verzorging. Indien de ouders, bij
inschrijving, nalaten om mee te delen dat hun kind een attest buitengewoon
onderwijs heeft en er de eerste weken na de inschrijving een vermoeden is van
specifieke noden, zal de school haar draagkracht alsnog onderzoeken.
Bij het onderzoek naar de draagkracht houdt de school, in overleg met de ouders
en het CLB, rekening met:
- De verwachtingen van de ouders ten aanzien van het kind en ten aanzien van de
school;
- De concrete ondersteuningsnoden van de leerling op het vlak van leergebieden,
sociaal functioneren, communicatie en mobiliteit;
- Een inschatting van het regulier aanwezig draagvlak van de school inzake zorg;
- De beschikbare ondersteunende maatregelen binnen én buiten het onderwijs;
- Het intensief betrekken van de ouders bij de verschillende fasen van het
overleg- en beslissingsproces.
Het kind wordt ingeschreven onder de ontbindende voorwaarde van het aantonen van
onvoldoende draagkracht.
3. Het schoolbestuur kan omwille van materiële omstandigheden een
maximumcapaciteit invoeren. Wanneer deze maximumcapaciteit overschreden wordt,
moet de school de leerling weigeren.
De beslissing tot weigering wordt binnen vier kalenderdagen (eventueel na
onderzoek van de draagkracht van de school) bij aangetekend schrijven of tegen
afgiftebewijs aan de ouders van de leerling bezorgd. Ouders krijgen toelichting
bij de beslissing van het schoolbestuur.
Bij een weigering op draagkracht wordt door het Lokaal Overlegplatform (LOP)
onmiddellijk, en zonder te wachten op de vraag van de ouders, een
bemiddelingsprocedure opgestart. Bij weigering op basis van de andere redenen
start het LOP alleen een bemiddeling wanneer de ouders er uitdrukkelijk om
verzoeken. Indien de school niet behoort tot een LOP zal het Departement
Onderwijs een nabijgelegen LOP aanduiden. Na de bemiddeling door het Lokaal
Overleg Platform kunnen ouders alsnog een klacht indienen bij de Commissie
inzake Leerlingenrechten.
12 Decreet betreffende gelijke
onderwijskansen: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
goedkeuringsdatum op 28/06/2002
13 Omzendbrief “Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het basisonderwijs”:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens > publicatiedatum op
13/06/2006
3.3 Leerplicht14
In september van het jaar waarin het kind 6 jaar wordt, is het leerplichtig en
wettelijk verplicht om les te volgen. Ook wanneer het op die leeftijd nog in het
kleuteronderwijs blijft, is het dus net als elk ander leerplichtig kind
onderworpen aan de controle op het regelmatig schoolbezoek.
Een jaar langer in de kleuterschool doorbrengen, vervroegd naar de lagere school
komen en een achtste jaar in de lagere school verblijven kan enkel na
kennisgeving van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het
CLB-centrum. De ouders nemen de uiteindelijke beslissing.
In het gewoon onderwijs kan een leerling minimum 4 jaar en maximum 8 jaar in het
lager onderwijs doorbrengen, met dien verstande dat een leerling die 15 jaar
wordt vóór 1 januari geen lager onderwijs meer kan volgen.
De leerlingen zijn verplicht om alle lessen en activiteiten van hun
leerlingengroep te volgen. Om gezondheidsredenen kunnen er, in samenspraak met
de directeur, eventueel aanpassingen gebeuren.
14 Wet betreffende de leerplicht:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens > goedkeuringsdatum
op 29/06/1983
4 AFWEZIGHEDEN15
De regelgeving op afwezigheden is van toepassing op leerplichtige kinderen in
het gewoon basisonderwijs. De regelgeving is ook van toepassing op leerlingen
die, wegens verlengd kleuterschoolbezoek, op zesjarige leeftijd nog in het
kleuteronderwijs zitten. Zij zijn op basis van hun leeftijd leerplichtig. Ook
leerlingen die reeds op vijfjarige leeftijd zijn overgestapt naar het lager
onderwijs vallen onder de reglementering. Niet-leerplichtige leerlingen in het
kleuteronderwijs kunnen niet onwettig afwezig zijn, aangezien ze niet
onderworpen zijn aan de leerplicht en dus niet steeds op school moeten aanwezig
zijn.
Het is belangrijk dat kleuters regelmatig naar school komen. Kinderen die
activiteiten missen lopen meer risico om te mislukken en raken minder goed
geïntegreerd in de klasgroep. We verwachten dat de ouders ook de afwezigheden
van hun kleuter onmiddellijk melden omwille van veiligheidsoverwegingen.
4.1 Afwezigheden wegens ziekte
Voor ziekte tot en met drie opeenvolgende kalenderdagen volstaat een briefje van
de ouders. Dergelijk briefje kan slechts vier keer per schooljaar door de ouders
zelf geschreven worden. Vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.
Is een kind méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is steeds een
medisch attest vereist. Dat attest kan afkomstig zijn van een geneesheer, een
geneesheer-specialist, een psychiater, een tandarts, een orthodontist en de
administratieve diensten van een ziekenhuis of een erkend labo. Consultaties (
zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), moeten zoveel mogelijk buiten de
schooluren plaatsvinden.
Wanneer een kind een chronische ziekte heeft die leidt tot verschillende
afwezigheden zonder dat telkens een doktersconsultatie noodzakelijk is (bijv.
astma, migraine,...) is het goed contact op te nemen met de school en het CLB.
Het CLB kan dan een medisch attest opmaken dat de ziekte bevestigt. Wanneer een
afwezigheid om deze reden zich dan effectief voordoet, volstaat een attest van
de ouders.
Een medisch attest wordt beschouwd als twijfelachtig in volgende gevallen:
- het attest geeft zelf de twijfel van de geneesheer aan wanneer deze schrijft
“dixit de patiënt”;
- het attest is geantedateerd of begin- en einddatum werden ogenschijnlijk
vervalst;
- het attest vermeldt een reden die niets met de medische toestand van de
leerling te maken heeft zoals bv. de ziekte van één van de ouders, hulp in het
huishouden.
De school zal het CLB contacteren telkens ze twijfels heeft over een medisch
attest.
15 Omzendbrief ‘Afwezigheden van leerlingen in het
basisonderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum op 16/08/2002
4.2 Van rechtswege gewettigde afwezigheden.
In volgende situaties kan een kind gewettigd afwezig zijn. De ouders moeten een
document met officieel karakter (1 - 5) of een verklaring (6) kunnen voorleggen
ter staving van de afwezigheid. Voor deze afwezigheden is geen voorafgaand
akkoord van de directeur nodig. De ouders verwittigen de school vooraf van
dergelijke afwezigheden.
1. het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van iemand die
onder hetzelfde dak woont als het kind, of van een bloed- of aanverwant van het
kind;
2. het bijwonen van een familieraad;
3. de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank (bijvoorbeeld wanneer het kind
in het kader van een echtscheiding moet verschijnen voor de jeugdrechtbank);
4. het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere
jeugdzorg (bijvoorbeeld opname in een onthaal-, observatie- en
oriëntatiecentrum);
5. de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht
(bijvoorbeeld door staking van het openbaar vervoer, door overstroming,...) ;
6. het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende
levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling (anglicaanse, islamitische,
joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst)
Concreet gaat het over: - islamitische feesten: het Suikerfeest en het
Offerfeest ( telkens 1 dag); - joodse feesten: het joods Nieuwjaar ( 2 dagen),
de Grote Verzoendag (1 dag), het Loofhuttenfeest (2 dagen), het Slotfeest (2
laatste dagen), de Kleine Verzoendag (1 dag), het feest van Esther (1 dag), het
Paasfeest (4 dagen), het Wekenfeest (2 dagen);
- orthodoxe feesten: Kerstfeest (2 dagen), voor de jaren waarin het orthodox
Kerstfeest niet samenvalt met het katholiek Kerstfeest,Paasmaandag,
Hemelvaart en Pinksteren voor de jaren waarin het orthodox Paasfeest niet
samenvalt met het katholieke Paasfeest.
De katholieke feestdagen zijn reeds vervat in de wettelijk vastgelegde
vakanties. De protestants-evangelische en de anglicaanse godsdienst hebben geen
feestdagen die hiervan afwijken.
4.3 Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is.
Deze categorie afwezigheden verleent de school autonomie om in te spelen op
specifieke situaties die niet altijd door de regelgeving op te vangen zijn.
Indien de directeur akkoord is en mits voorlegging van, naargelang het geval,
een officieel document of een verklaring van de ouders, kan de leerling
gewettigd afwezig zijn om één van de onderstaande redenen:
1. het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont als het kind of
van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad. ( Voor de dag van de
begrafenis zelf is geen toestemming van de directeur nodig. Het gaat hier over
een periode die het kind eventueel nodig heeft om emotioneel evenwicht terug te
vinden (rouwperiode)). Mits toestemming van de directeur kan zo ook een
begrafenis van een bloed- of aanverwant in het buitenland bijgewoond worden.
2. het actief deelnemen aan een culturele of sportieve manifestatie, indien het
kind hiervoor als individu of als lid van een club geselecteerd is. Het bijwonen
van trainingen komt niet in aanmerking, wel bijv. de deelname aan een
kampioenschap/competitie. Het kind kan maximaal 10 halve schooldagen per
schooljaar hiervoor afwezig zijn (hetzij achtereenvolgend, hetzij gespreid over
het schooljaar).
3. de deelname aan time-out-projecten. Deze afwezigheden komen in het
basisonderwijs zelden voor, maar in die situaties waarin voor een leerling een
time-outproject aangewezen is, is het in het belang van de leerling aangewezen
om dit als een gewettigde afwezigheid te beschouwen. Voor sommige leerlingen is
er geen andere oplossing dan hen tijdelijk te laten begeleiden door een externe
gespecialiseerde instantie;
4. in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen.
Voor deze afwezigheden moet de directeur op voorhand zijn akkoord verleend
hebben. Het gaat om maximaal 4 halve schooldagen per schooljaar (al dan niet
gespreid).
5. afwezigheden wegens topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek.
- Dit kan slechts toegestaan worden voor maximaal 6 lestijden per week, mits het
vooraf indienen van een dossier met de volgende elementen:
- een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
- een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten
sportfederatie;
- een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum
van de Vlaamse Gemeenschap;
- een akkoord van de directie.
Deze vijf categorieën van afwezigheden zijn geen automatisme, geen recht dat
ouders kunnen opeisen. Enkel de directeur kan autonoom beslissen om deze
afwezigheden toe te staan. De directeur mag onder geen beding toestemming geven
om vroeger op vakantie te vertrekken of later terug te keren. De leerplicht
veronderstelt dat een kind op school is van 1 september tot en met 30 juni.
4.4 Afwezigheden van kinderen van trekkende bevolking, in zeer uitzonderlijke
omstandigheden.
De volgende regels zijn van toepassing op de kinderen van binnenschippers,
kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners. Ze zijn niet
van toepassing op kinderen die behoren tot de trekkende bevolking maar die ter
plaatse verblijven (bijvoorbeeld in een woonwagenpark). Die kinderen moeten elke
dag op school aanwezig zijn.
Ouders behorend tot de categorie trekkende bevolking die hun kind inschrijven in
een school, moeten er - net als alle andere ouders - op toezien dat hun kind
elke dag op school aanwezig is. In uitzonderlijke omstandigheden kunnen zich
situaties voordoen waarbij het onvermijdelijk is dat het kind tijdelijk met de
ouders meereist. Deze situaties moeten op voorhand goed met de school besproken
worden. De ouders maken samen met de school duidelijke afspraken over hoe het
kind in die periode met behulp van de school verder de onderwijstaken zal
vervullen (de school zorgt voor een vorm van onderwijs op afstand) en over hoe
de ouders met de school in contact zullen blijven. Deze afspraken moeten in een
overeenkomst tussen de ouders en de school neergeschreven worden. Enkel als de
ouders hun engagementen naleven is het kind gewettigd afwezig.
4.5 Problematische afwezigheden.
Alle afwezigheden die niet opgesomd en gewettigd kunnen worden zoals hierboven
beschreven zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. De school zal de
ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid. Van zodra
het kind meer dan 10 halve schooldagen problematisch afwezig is, stelt de school
samen met het CLB een begeleidingsdossier op dat ter inzage is voor de
verificateurs. School en CLB zullen in communicatie met de betrokken ouders een
begeleidingsplan opstellen voor de betrokken ouders en hun kinderen.
5 ONDERWIJS AAN HUIS16
Leerlingen vanaf 5 jaar (d.w.z. leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn
vóór 1 januari van het lopende schooljaar) hebben recht op tijdelijk onderwijs
aan huis (kleuter- of lager onderwijs; 4 lestijden per week) indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn
vervuld:
1. De leerling is meer dan 21 kalenderdagen ononderbroken afwezig wegens ziekte
of ongeval (vakantieperiodes meegerekend).
2. De ouders hebben een schriftelijke aanvraag ingediend bij de directeur van de
thuisschool. De aanvraag is vergezeld van een medisch attest waaruit blijkt dat
het kind de school niet of minder dan halftijds kan bezoeken en dat het toch
onderwijs mag volgen.
3. De afstand tussen de school (vestigingsplaats) en de verblijfplaats van
betrokken leerling bedraagt ten hoogste 10 km.
- Specifieke situatie bij chronische ziekte (=een ziekte die een continue of
repetitieve behandeling van minstens 6 maanden noodzaakt):
1. voor chronisch zieke kinderen vervalt de wachttijd van 21 kalenderdagen. Deze
kinderen hebben recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aan huis na 9 halve
schooldagen afwezigheid (moeten niet in een ononderbroken periode doorlopen).
Telkens het kind daarop opnieuw 9 halve schooldagen afwezigheid heeft opgebouwd,
heeft het opnieuw recht op 4 uur tijdelijk onderwijs aanhuis;
2. voor chronisch zieke leerlingen moet bij de eerste aanvraag tijdens het
betrokken schooljaar een medisch attest worden gevoegd, uitgereikt door een
geneesheer-specialist, dat het chronisch ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt
dat het kind onderwijs mag krijgen. Bij een nieuwe afwezigheid ten gevolge van
deze chronische ziekte tijdens hetzelfde schooljaar is geen nieuw medisch attest
vereist. Er dient wel een nieuwe aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis
ingediend te worden.
16 Omzendbrief ‘Onderwijs aan huis’:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via metadata > publicatiedatum op
17/06/1997
6 ORDE- EN TUCHTMAATREGELEN17
In uitzonderlijke gevallen kan een school een leerplichtig kind als
tuchtmaatregel schorsen of uitsluiten. Deze beslissing wordt genomen door het
schoolbestuur, of bij delegatie door de directeur. In de praktijk zal schorsing
of uitsluiting in het basisonderwijs allicht zelden voorkomen. In gevallen waar
het gedrag van een leerling het recht op onderwijs van de medeleerlingen in het
gedrang brengt, moet er evenwel een ernstige sanctie mogelijk zijn. Beide
maatregelen (schorsen en uitsluiten) kunnen dus enkel toegepast worden op
leerlingen waarmee een school zware tuchtproblemen heeft. Aangezien we er vanuit
kunnen gaan dat dergelijke zware tuchtproblemen zich niet voordoen bij kleuters,
zal allicht geen enkele school kleuters uitsluiten of schorsen. Schorsing en
uitsluiting is ook niet bedoeld om een verstoorde communicatie tussen school en
ouders te beslechten. Schorsing en uitsluiting kunnen evenmin door het
schoolbestuur (of de directie) gebruikt worden als oplossing voor een leerling
met een besmettelijke ziekte (bijv. luizen). Bij besmettelijke ziekten kan
immers alleen de arts van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding beslissen welke
maatregelen aangewezen zijn.
6.1 Schorsen
Een schorsing betekent dat de gesanctioneerde leerling het recht op onderwijs
tijdelijk (gedurende een bepaalde periode) ontnomen wordt. Deze leerling mag dan
de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen, maar moet wel op
school zijn.
6.2 Uitsluiten
Bij een uitsluiting ontneemt het schoolbestuur (of bij delegatie de directeur)
de gesanctioneerde leerling definitief (d.w.z. voor de rest van het lopende
schooljaar) het recht op onderwijs in zijn scho(o)l(en). Deze leerling wordt
definitief uit de school verwijderd, op het ogenblik dat hij in een andere
school ingeschreven is en uiterlijk één maand, vakantieperioden niet inbegrepen,
na de schriftelijke kennisgeving van uitsluiting door de school. In afwachting
bevindt de leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling. Ook
deze leerling moet dus op school opgevangen worden. Geschorste en uitgesloten
leerplichtigen effectief uit de school verwijderen zou er immers toe kunnen
leiden dat ze in een ernstige spijbelproblematiek vervallen of zelfs
“nergens-ingeschreven leerlingen” worden, die dus niet meer voldoen aan de
leerplicht.
Om te vermijden dat het verantwoordelijk blijven van de school ertoe leidt dat
ouders van een uitgesloten leerling geen inspanningen doen om hun kind in een
andere school in te schrijven, is een termijn voorzien waarna de sanctie van
uitsluiting effectief uitwerking krijgt. Deze termijn is vastgesteld op een
maand, vakantieperioden niet inbegrepen. Is een kind een maand na de
schriftelijke kennisgeving nog niet in een nieuwe school ingeschreven, dan is de
oude school dus niet langer verantwoordelijk voor de opvang van de uitgesloten
leerling. Het zijn uiteindelijk de ouders die erop moeten toezien dat hun kind
aan de leerplicht voldoet.
De school doet er in elk geval goed aan om bij uitsluiting het bevoegde CLB in
te schakelen om samen naar een oplossing te zoeken.
17 Omzendbrief ‘Schorsen en uitsluiten van leerlingen’:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via metadata > publicatiedatum 10/11/1998
6.3 Procedure bij schorsing voor meer dan één dag en bij uitsluiting van
leerlingen
Bij schorsing voor meer dan één dag of bij uitsluiting moet steeds een procedure
gevolgd worden. Deze procedure wordt opgenomen in het schoolreglement en
respecteert volgende principes:
- het voorafgaandelijk advies van de klassenraad moet ingewonnen worden;
- de ouders hebben inzage in het tuchtdossier en worden gehoord;
- de genomen beslissing wordt schriftelijk gemotiveerd en schriftelijk ter
kennis gebracht aan de ouders.
Een leerling die in een school ingeschreven is, maar het volgend schooljaar niet
meer welkom is in deze school, kan beschouwd worden als een uitgesloten leerling
wanneer de in het schoolreglement opgenomen procedure gevolgd wordt.
7 GETUIGSCHRIFT BASISONDERWIJS18
Het schoolbestuur kan, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, een
getuigschrift basisonderwijs uitreiken aan een regelmatige leerling uit het
gewoon lager onderwijs. Een regelmatige leerling is volgens het Decreet
basisonderwijs van 25 februari 1997 een leerling die slechts in één school
ingeschreven is. In het basisonderwijs, of als leerplichtige in het
kleuteronderwijs, moet de leerling daarenboven aanwezig zijn, behoudens
gewettigde afwezigheid, en deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor hem
of zijn leergroep worden georganiseerd.
De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate,
de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt, om een getuigschrift
basisonderwijs te bekomen. De beslissing van de klassenraad is steeds het
resultaat van een weloverwogen evaluatie in het belang van de leerling.
Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift
basisonderwijs krijgt, heeft recht op een attest afgeleverd door de directie met
de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde leerjaren lager onderwijs.
18 Besluit van de Vlaamse regering betreffende de
regels voor het uitreiken van het getuigschrift van basisonderwijs en het
vastleggen van de vorm ervan: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de
metagegevens > publicatiedatum 05/02/1999; Omzendbrief “Het uitreiken van het
getuigschrift basisonderwijs vanaf het schooljaar 1998-1999”:
www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens > publicatiedatum
21/12/1998
8 FINANCIËLE BIJDRAGE19
Voor scholen van het gesubsidieerd basisonderwijs kan geen direct of indirect
inschrijvingsgeld gevraagd worden. Evenmin kunnen er bijdragen worden gevraagd
voor materialen die gebruikt worden om de eindtermen te realiseren of de
ontwikkelingsdoelen na te streven. Het Vlaams Parlement heeft een lijst
vastgelegd met materialen die kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld om
de eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven.
Lijst met materialen - Bewegingsmateriaal - Constructiemateriaal - Handboeken,
schriften, werkboeken en –blaadjes, fotokopieën, software - ICT-materiaal -
Informatiebronnen - Kinderliteratuur - Knutselmateriaal - Leer- en
ontwikkelingsmateriaal - Meetmateriaal - Multimediamateriaal -
Muziekinstrumenten - Planningsmateriaal - Schrijfgerief - Tekengerief - Atlas -
Globe - Kaarten - Kompas - Passer - Tweetalige alfabetische woordenlijst -
Zakrekenmachine
Het schoolbestuur kan wel een bijdrage vragen voor:
- - Activiteiten of verplichte materialen die niet noodzakelijk zijn voor de
eindtermen en ontwikkelingsdoelen en waarvan de ouders het te besteden bedrag
niet zelf kunnen bepalen. Voor deze categorie dient de school een scherpe
maximumfactuur te respecteren. Deze bedraagt €20 voor het kleuteronderwijs en
€60 voor het lager onderwijs. De bedragen gelden per leerjaar.
- - Meerdaagse uitstappen. Voor deze categorie dient de school een
maximumfactuur van €360 per kind voor de volledige loopbaan lager onderwijs te
respecteren. Voor het kleuteronderwijs mag geen bijdrage gevraagd worden.
-
- - Diensten die de school aanbiedt en die buiten de kosteloosheid en de
maximumfacturen vallen. Voor deze categorie worden de kosten opgenomen in een
bijdrageregeling. Deze bijdrageregeling wordt besproken in de schoolraad en
wordt bij het begin van het schooljaar meegedeeld aan de ouders. De kosten die
aan de ouders worden doorgerekend moeten in verhouding zijn tot de geleverde
prestatie.
19 Omzendbrief ‘Kostenbeheersing in het basisonderwijs’: www.ond.vlaanderen.be/edulex/
> zoeken via de metagegevens > publicatiedatum op 22/06/2007
9 GELDELIJKE EN NIET-GELDELIJKE ONDERSTEUNING DIE NIET AFKOMSTIG IS VAN DE
VLAAMSE GEMEENSCHAP EN DE RECHTSPERSONEN DIE DAARVAN AFHANGEN (RECLAME- EN
SPONSORBELEID)20
In het Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997 zijn een aantal beginselen
vastgelegd waaraan scholen, die reclame en sponsoring door derden toelaten, zich
sinds 1 september 2001 moeten houden.
Artikel 51,§4 bepaalt dat een schoolbestuur dat mededelingen toelaat die
rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van produkten of
diensten te bevorderen de volgende principes moet in acht nemen:
1. De door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen of verplichte activiteiten
moeten vrij blijven van reclame.
2. Facultatieve activiteiten (vb. schoolreis, bosklassen,...) moeten vrij
blijven van reclame, behalve wanneer die enkel verwijst naar het feit dat de
activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een
gift, een schenking of een prestatie om niet of verricht werd onder de reële
prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of een
feitelijke vereniging.
3. Reclame en sponsoring mogen niet kennelijk onverenigbaar zijn met de
pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school. Dit
principe betekent dat er geen schade mag berokkend worden aan de geestelijke
en/of lichamelijke gesteldheid van leerlingen en dat sponsoring en reclame in
overeenstemming moet zijn met de goede smaak en het fatsoen.
4. Reclame en sponsoring mogen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de
betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang
brengen.
Elke school die wenst gebruik te maken van reclame en sponsoring, moet over de
hierboven vermelde algemene principes concrete afspraken maken. Het staat vast
dat reclame en sponsoring hoe dan ook een rol spelen in de moderne maatschappij
en in de belevingswereld van kinderen. Het is daarom essentieel dat er over de
fundamentele visie op reclame en sponsoring voorafgaandelijk overleg wordt
gepleegd in de schoolraad / participatieraad. Via het schoolreglement worden de
ouders geïnformeerd over de afspraken die er m.b.t. sponsoring en reclame
gemaakt werden.
Als ouders het niet eens zijn met beslissingen van de school inzake sponsoring,
kunnen zij daarover een klacht indienen bij de Commissie Zorgvuldig Bestuur.
20 Omzendbrief “Zorgvuldig bestuur in het
basisonderwijs”: www.ond.vlaanderen.be/edulex/ > zoeken via de metagegevens >
publicatiedatum 21/02/2002
Deel B – Schooleigen afspraken
Deze kan je terugvinden in de brochure
die de leerlingen mee naar huis brachten na de eerste schooldag, of meegegeven
werd na inschrijving.
Terug
naar index